| column-1 | | | | | | column-2 | column-20 | | column-3
Meer weten over beleggingsfondsen
De belangrijkste financiële begrippen Koersschommelingen van een waarde of een markt. Hoe hoger de volatiliteit, hoe meer de waarde of de markt als risicovol wordt beschouwd.
-
Aandeel
Aandelen zijn eigendomsbewijzen die een gedeelte van het kapitaal van een onderneming vertegenwoordigen en de aandeelhouder de kans bieden deel te nemen in de winstuitkering en betrokken te worden bij de beslissingen van de algemene vergadering. Aandelen van beursgenoteerde ondernemingen kunnen op de beurs vrij worden verkocht.
-
Activaklassen
In een financiële context zijn activaklassen diverse soorten waarden waarin kan worden belegd. Het kan gaan om aandelen, obligaties en geldbeleggingen over de hele wereld. Europese aandelen of staatsobligaties zijn voorbeelden van activaklassen.
-
Activatoewijzing
Via de activaklassen worden beleggingen gespreid over de verschillende soorten financiële instrumenten (aandelen, obligaties, geldmarktproducten …) in verschillende regio’s of economische sectoren (activaklassen, zie kader). Hoe meer aandelen de belegging bevat, hoe dynamischer het profiel zal zijn.
-
Bewaarloon
Kosten die de cliënt moet betalen als hij zijn deelbewijzen of aandelen in bewaring geeft bij een bank.
-
Depositobank
Een depositobank vervult de gebruikelijke rechten en verplichtingen met betrekking tot deposito's van contanten, effecten en andere waarden. Ze staat meer bepaald in voor het bewaren van het vermogen van het fonds en moet ervoor zorgen dat de verkoop, uitgifte, terugkoop en annulering van aandelen of deelbewijzen van het fonds wordt uitgevoerd conform de wettelijke bepalingen.
-
Distributieaandelen
Aandelen die de belegger het recht geven op de uitkering van een regelmatig dividend (in principe jaarlijks).
-
Index
Een beursindex of een mandje van beursindexen die het neutrale beleggingsbeleid van de ICB weergeven. Deze benchmark dient om de prestaties van het fonds te vergelijken met die van de markt. Bv.: MSCI World, Nasdaq ...
-
Kapitalisatieaandelen
Aandelen die de belegger geen recht geven op de uitkering van een dividend. De opbrengsten waarop de belegger recht heeft worden gekapitaliseerd (accumulatieprincipe).
-
Multibeheer
Hier wordt de portefeuille beheerd via de selectie van de meest ervaren en best presterende beheerders ter wereld, via één instrument (bijvoorbeeld een beleggingsfonds). Door de complementariteit van de beheerstijlen is een brede spreiding mogelijk en is er een betere risicocontrole. Die benadering kan ook interessant zijn voor het afdekken van een activaklasse waarvoor de fondsenpromotor niet over specifieke expertise beschikt, bijvoorbeeld in grondstoffen, in de groeilanden ...
-
Obligatie
Een lening die uitgaat van een land of een onderneming voor het financieren van hun investeringen. De uitgever van de obligatie heeft dus de verplichting om de geleende bedragen op een welbepaalde datum terug te betalen. Gedurende die periode ontvangt de obligatiehouder, via een coupon, rente aan een rentevoet die bij de aanvang wordt vastgelegd. Op de vervaldag krijgt de obligatiehouder over het algemeen zijn volledige kapitaal terug. Net als een aandeel kan een obligatie tijdens de looptijd worden verkocht. Obligaties zijn geschikt voor beleggers die op zoek zijn naar regelmatige inkomsten en kapitaalbescherming wensen.
-
Volatiliteit
De volatiliteit geeft een beeld van de koersfluctuaties van een fonds. Hoe hoger de volatiliteit, hoe meer het fonds als risicovol wordt beschouwd.
De belangrijkste begrippen met betrekking tot beleggingsfondsen
-
Aandelenfonds
Een aandelenfonds belegt in aandelen. Aanvullend kan een positie in liquiditeiten worden aangehouden. Aandelenfondsen kunnen gegroepeerd zijn per regio (Europa, Verenigde Staten, ...), per beleggingsthema (groeiwaarden, ...) of per activiteitensector (farma, media, technologie, ...)
-
Beleggingsfonds
Een beleggingsfonds is de collectieve belegging van het verzamelde vermogen van een groot aantal beleggers, met als bedoeling het gezamenlijk te beleggen in effecten (aandelen, obligaties en geldmarktinstrumenten). Het fonds wordt beheerd door professionele vermogensbeheerders en biedt beleggers de mogelijkheid om te beleggen zonder over een aanzienlijk vermogen te moeten beschikken. Door de spreiding van de beleggingen zijn de fondsen minder volatiel dan een rechtstreekse belegging in een bepaald financieel instrument. Dankzij de omvang van het verzamelde vermogen heeft de beheerder toegang tot een groot aantal effecten waartoe een particuliere belegger geen toegang heeft. Die spreiding verdeelt de risicoblootstelling omdat het zelden gebeurt dat alle waarden tegelijkertijd hevig dalen. In bepaalde gevallen wordt het vermogen niet rechtstreeks belegd in aandelen of obligaties maar in beleggingsfondsen (sicav, GBF…) om de beleggingen te spreiden of toegang te krijgen tot meer afgelegen of complexere markten. Dan spreken we van dakfondsen.
-
Compartiment
Dat is een portefeuille met diverse activa van een ICB (instelling voor collectieve belegging), samengesteld uit effecten (aandelen, obligaties, kortetermijnproducten, …), die in het beleggingsbeleid worden vastgelegd. Het is uitgedrukt in een bepaalde valuta en bevat meestal meerdere activaklassen. Hoe meer compartimenten er in een sicav zijn, hoe meer keuze de belegger heeft bij de selectie van zijn belegging.
-
Conversierecht - Switch
Dat zijn de kosten die de belegger moet betalen voor de terugkoop van aandelen of deelbewijzen van een bepaald compartiment, om nadien te kunnen inschrijven op aandelen of deelbewijzen van een ander compartiment. De deelbewijzen of aandelen worden teruggekocht en uitgegeven tegen de NIW die op de verschillende compartimenten van toepassing is.
-
Deel I van de wet van 30 maart 1988
ICB's die zijn opgericht in het kader van de Europese richtlijn van 1985 en bijgevolg vrij verkoopbaar zijn binnen de Europese Unie. De betreffende ICB's mogen uitsluitend beleggen in genoteerde effecten (aandelen, obligaties, …), met andere woorden, die zijn toegelaten tot een officiële beurs.
-
Deel II van de wet van 30 maart 1988
ICB's die zijn opgericht buiten het kader van de Europese richtlijn van 1985 en die bijgevolg niet vrij verkoopbaar zijn binnen de Europese Unie. De betreffende ICB's omvatten namelijk ook die welke zijn belegd in fondsen (Fund of Funds), geldmarktinstrumenten (money market funds), liquiditeiten (cash funds), durfkapitaalfondsen (venture capital funds), vastgoed en futures.
-
GBF (gemeenschappelijk beleggingsfonds)
Een GBF is een mede-eigendom die geen juridische entiteit is en die door een beheersmaatschappij moet worden beheerd. De beleggers bezitten deelbewijzen van het fonds.
-
Gemengd fonds (of profielfonds)
Portefeuille met een welbepaald risicoprofiel. De verdeling tussen aandelen, obligaties en liquiditeiten varieert naargelang het profiel van de belegger (behoeften, risicotolerantie, beleggingshorizon ...). Profielfondsen situeren zich tussen de traditionele fondsen en het discretionaire beheer.
-
Instapkosten
Dat zijn de kosten die de belegger aan de financiële tussenpersoon moet betalen op het moment van de inschrijving. Zij worden meestal uitgedrukt als een percentage van de netto-inventariswaarde (NIW). NIW + instapkosten = aankoopprijs voor de belegger. Bijvoorbeeld: inschrijving voor een aantal van 100 deelbewijzen of aandelen NIW 100 EUR Instapkosten: 5% Aankoopprijs: NIW 100+5% =105 Aankoop van 100 aandelen: 105*100= 10.500 EUR te betalen door de belegger. Bijvoorbeeld: inschrijving per bedrag (voor een initieel bedrag van EUR 10.000) NIW 100 EUR Instapkosten: 5% Aankoopprijs: NIW 100+5% =105 10.000/105 = 9,523 deelbewijzen of aandelen
-
Kortetermijnfondsen
Een kortetermijnfonds belegt overwegend in liquiditeiten en kortlopende financiële instrumenten. Op die manier kunnen beleggers profiteren van een hoger rendement dan bij een zuiver gelddeposito, maar toch een zeer hoog beschermingsniveau genieten.
-
Nettovermogen
Het nettovermogen wordt bepaald door het berekenen van de waarde van de activa van het fonds (effectenportefeuille, contanten, …) minus de schulden (zoals de te betalen kosten en de "taxe d’abonnement").
-
NIW (netto-inventariswaarde)
De NIW is gelijk aan het nettovermogen gedeeld door het aantal aandelen of deelbewijzen dat in omloop is. Het is de waarde per eenheid van een aandeel of een deelbewijs en dient als basis voor het bepalen van de uitgifteprijs en de terugkoopprijs. De NIW wordt uitgedrukt in de valuta waarin het compartiment is uitgedrukt. Bijvoorbeeld: per 31.12.2000 is het nettovermogen van fonds X 100.000 euro. Het aantal deelbewijzen in omloop per 31.12.2000 is 59.000 = 100.000/59.000 = 1,69 euro (NIW)
-
Obligatiefonds
Een obligatiefonds belegt voornamelijk in vastrentende waarden. De doelstelling is kapitaalgroei op lange termijn.
-
Performance
De performance of de prestatie van het fonds is het totale rendement van een belegging in vergelijking met het belegde kapitaal. Men spreekt van outperformance of meerprestatie wanneer een fonds beter presteert dan zijn referentie-index of benchmark. De performance wordt op de volgende wijze berekend: (laatste NIW/initiële NIW) - 1 * 100 Bv.: Initiële NIW: 100 huidige NIW: 110 (110/100) - 1 * 100 = 10 De performance over de gegeven periode zou hier 10% zijn.
-
Sharpe ratio
Deze meet het rendement per risico-eenheid van de portefeuille. Het risico wordt gemeten in termen van volatiliteit. Hoe groter deze ratio, hoe meer de portefeuille, per risico-eenheid, extra heeft gepresteerd. Formule Sharpe ratio: Prestatie op jaarbasis van een portefeuille - prestatie van risicovrije activa* = jaarlijkse volatiliteit van de portefeuille * zoals de kortetermijnrente Voorbeeld: Vergelijking van twee beleggingen A en B met hetzelfde rendement (10%) en een jaarlijkse volatiliteit van respectievelijk 10% en 5%. Wanneer we stellen dat het rendement van een risicovrije belegging 5% is, dan zijn de sharpe ratio's van beide beleggingen als volgt: Ratio B = (10-5)/10 = 0,5 Ratio A = (10-5)/5 = 1 Belegging A heeft een rendement behaald van 10% met minder risico dan belegging B. Dus is belegging A een betere belegging dan B vanuit het oogpunt van het rendement tegenover het gelopen risico.
-
Sicav
Naamloze vennootschap met veranderlijk kapitaal dat op elk moment gelijk is aan het nettovermogen. De beleggers zijn aandeelhouders van de vennootschap. Een sicav is een juridische entiteit met een raad van bestuur die verantwoordelijk is voor de administratie en het beheer van het fonds op basis van de voorwaarden in het prospectus.
-
Sicav met meerdere compartimenten
Dit is één juridische entiteit met minstens twee compartimenten (of subfondsen) waardoor beleggers hun portefeuille kunnen spreiden. Dat gebeurt door de aankoop van aandelen in compartimenten die verschillend zijn op het gebied van beleggingsdoelstelling en beleggingsbeleid. Als een belegger zijn manier van beleggen wil wijzigen (en bijvoorbeeld van een defensieve naar een offensievere benadering wil overstappen) kan hij eenvoudig en meestal kosteloos van het ene naar het andere compartiment overstappen.
-
Soorten deelbewijzen
- Kapitalisatieaandelen: fondsen waarvan de inkomsten of dividenden automatisch worden herbelegd, wat het belegde kapitaal doet toenemen. De belegger ontvangt zijn rendement pas bij de verkoop van het fonds, in de vorm van de meerwaarde. - Distributieaandelen: fondsen waarvan de opbrengst of het dividend regelmatig en op overeengekomen tijdstippen aan de belegger wordt uitgekeerd.
-
Themafondsen
Een themafonds belegt alleen in ondernemingen die beantwoorden aan een specifiek beleggingsthema (bijvoorbeeld ecologische fondsen).
-
Tracking error
Deze meet de volatiliteit van de out- of underperformance van de portefeuille tegenover de benchmark. Hoe zwakker de tracking error, hoe meer het fonds zijn benchmark benadert, zowel wat betreft het risico als de kenmerken van de prestaties.
De belangrijkste risico's - Marktrisico
Door variaties in de NIW kunnen beleggingsfondsen een risico op verlies met zich meebrengen. Die fluctuaties zijn afhankelijk van de instrumenten waarin het fonds belegt (aandelen, obligaties …) en de ontwikkeling van de markt. Hoe offensiever de belegging, hoe hoger het risico. Het marktrisico (algemeen) moet worden onderscheiden van het ondernemingsrisico (specifiek). Bij het beleggen in aandelen via beleggingsfondsen is het ondernemingsrisico dan ook beperkter dan bij rechtstreekse beleggingen in de aandelen van die ondernemingen. In een fonds wordt het risico namelijk gespreid over meerdere effecten. - Transparantierisico
Bij onvoldoende informatie over de beleggingsstrategie van een fonds kan de activatoewijzing waaraan de belegger blootstaat offensiever zijn dan aanvankelijk gewenst, met als gevolg een hoger marktrisico. - Renterisico
Beleggingsfondsen die in geldmarktinstrumenten of obligaties beleggen weerspiegelen de rentegevoeligheid van die instrumenten. Bij obligatiefondsen is het risico van het fonds gelijk aan dat van een obligatie waarvan de looptijd gelijk zou zijn aan de gemiddelde looptijd van de obligaties in het fonds. - Overige risico's
Er kunnen nog andere risico's verbonden zijn aan beleggingsfondsen, zoals het wisselkoersrisico. | column-4 Le cartouche gestionnaire
Meer informatie
Caroline THILL-BOON
Private Banking Adviseur tel.: (+352) 49 924 3273
| | column-21 | column-22 | | column-23 | | column-11 | | column-13 | | column-10 | column-14 | |