Belgische fiscaliteit: de nieuwe belasting op meerwaarde op effecten in 10 punten
Aansluitend op het regeerakkoord van 30 juni 2025 heeft het Parlement begin april 2026 het wetsontwerp tot invoering van een nieuwe belasting van 10% op gerealiseerde meerwaarden bij de verkoop van financiële activa aangenomen.
Dit artikel is in de eerste plaats gericht op inwoners van België en beantwoordt tien vragen over de concrete toepassing van deze nieuwe belasting.
1. Wat houdt deze belasting in?
Deze belasting wordt geheven op meerwaarden die in het kader van het normale beheer van een privévermogen worden gerealiseerd bij de overdracht onder bezwarende titel van financiële activa buiten de uitoefening van een beroepswerkzaamheid.
2. Wanneer treedt deze belasting in werking?
De belasting wordt geheven op meerwaarden die worden gerealiseerd op financiële activa vanaf 1 januari 2026.
3. Wat is het tarief van de belasting op meerwaarden?
Op financiële activa gerealiseerde meerwaarden worden belast tegen een tarief van 10%.
4. Voor wie geldt deze belasting?
De belasting op meerwaarden geldt voor alle natuurlijke personen die hun woonplaats in België hebben en onderworpen zijn aan de personenbelasting en voor entiteiten die onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting (vzw's, stichtingen enz.), op enkele uitzonderingen na.
Deze belasting geldt niet voor niet-ingezeten natuurlijke personen of voor vennootschappen (zowel binnen- als buitenlandse) die onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting.
Belastingplichtigen die hun fiscale woonplaats of de zetel van hun fortuin naar het buitenland verplaatsen, kunnen in bepaalde gevallen in België worden belast. Dat moet evenwel geval per geval worden beoordeeld in het licht van de voorwaarden waarin de wet voorziet.
5. Wat wordt er verstaan onder 'financiële activa'?
Het begrip 'financiële activa' omvat financiële instrumenten, bepaalde verzekeringscontracten, cryptoactiva en valuta's, inclusief edelmetalen zoals beleggingsgoud.
Onder 'financiële instrumenten' worden met name beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde aandelen, obligaties, geldmarktinstrumenten, derivaten, rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging en ETF's (trackers) verstaan. Globaal gezien omvat dit begrip alle effecten die op een effectenrekening kunnen worden aangehouden.
Deze nieuwe belasting heeft ook gevolgen voor levensverzekeringsovereenkomsten van tak 21, 23 en 26, zowel naar Belgisch recht als naar buitenlands recht.
Sommige financiële activa, zoals pensioenspaarproducten, groepsverzekeringen en in het algemeen alle aanvullende pensioenproducten van de tweede en derde pijler, vallen buiten het toepassingsgebied van deze belasting op meerwaarden.
6. Hoe wordt de belasting op meerwaarden berekend?
De belastbare basis voor de meerwaardebelasting komt overeen met het positieve verschil tussen de voor de overgedragen financiële activa ontvangen prijs en de aanschaffingswaarde van die activa. Eventuele kosten of belastingen worden bij de berekening van de meerwaarde niet mee in rekening genomen.
Aangezien 1 januari 2026 het referentiepunt voor de berekening van de meerwaarde vormt, zal als basis voor de berekening van de meerwaarde een 'foto' van de waardering van de portefeuille op 31 december 2025 gebruikt worden, waardoor historische meerwaarden van vóór die datum de facto worden vrijgesteld.
Voor financiële activa die vóór 1 januari 2026 werden verkregen, wordt de belasting op meerwaarden berekend op basis van het positieve verschil tussen de verkoopprijs en de waarde van het financiële product op 31 december 2025.
Voor financiële activa die na 1 januari 2026 werden verkregen, wordt de belasting op meerwaarden berekend op basis van het positieve verschil tussen de verkoopprijs en de aankoopprijs.
7. Zijn minderwaarden aftrekbaar?
Minderwaarden die in de loop van een jaar worden gerealiseerd, zijn aftrekbaar en kunnen in mindering worden gebracht op het bedrag van de gerealiseerde meerwaarden, maar alleen binnen hetzelfde jaar en voor zover het om dezelfde categorie van financiële activa gaat. Ze kunnen niet worden overgedragen naar het volgende aanslagjaar.
Een belastingplichtige die tijdens het betreffende aanslagjaar gerealiseerde minderwaarden wil aftrekken, moet die opnemen in zijn belastingaangifte.
8. Hoe gebruikmaken van de jaarlijkse vrijstelling?
De wet voorziet in een vrijstelling op gerealiseerde meerwaarden van 10.000 euro per jaar en per persoon. Die vrijstelling wordt jaarlijks geïndexeerd. Het ongebruikte saldo van de eerste schijf is gedurende vijf jaar overdraagbaar voor een bedrag van maximaal 1.000 euro per jaar, waardoor het maximumbedrag van de eerste vrijgestelde schijf op 15.000 euro komt.
Om die vrijstelling te genieten, moet de belastingplichtige de toepassing ervan aanvragen via zijn belastingaangifte.
9. Hoe wordt de belasting op meerwaarden betaald?
Voor transacties uitgevoerd na 1 juni 2026 wordt de meerwaardebelasting in principe via de roerende voorheffing geïnd als bronheffing door in België gevestigde tussenpersonen (opt-in).
Voor transacties uitgevoerd tussen 1 januari 2026 en 31 mei 2026 heeft de regering in een overgangsperiode voorzien. Tijdens die periode kan de belastingplichtige zijn bank uitdrukkelijk verzoeken om een bedrag ten belope van deze belasting in te houden en aan de Belgische staat over te maken.
Belastingplichtigen kunnen hun bank ook te kennen geven dat zij niet aan de bronheffing onderworpen willen worden en zelf hun meerwaarden willen aangeven via hun jaarlijkse aangifte in de personenbelasting. Voor 2026 moet die keuze worden meegedeeld binnen de termijn waarin de wet voorziet (opt-out).
De bank is wettelijk verplicht om de belastingdienst een overzicht van de transacties te verstrekken om controle door de overheid mogelijk te maken.
10. Bestaat er een specifieke regeling voor meerwaarden op aanmerkelijke belangen?
Er is een specifieke regeling van toepassing op meerwaarden die belastingplichtigen die een belang van minstens 20% in het kapitaal van een vennootschap aanhouden, realiseren op aanmerkelijke belangen in alle soorten vennootschappen, met inbegrip van management- en patrimoniumvennootschappen, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde aandelen.
Die regeling voorziet in een jaarlijkse vrijstelling van een eerste schijf van 1 miljoen euro aan meerwaarden (jaarlijks te indexeren bedrag), waarna de meerwaarden belastbaar zijn volgens de volgende progressieve schaal:
| Bedrag van de meerwaarde | Tarief |
|---|---|
| < EUR 1.000.000 | Vrijstelling |
| EUR 1.000.000,01 – 2.500.000 | 1,25% |
| EUR 2.500.000,01 – 5.000.000 | 2,5% |
| EUR 5.000.000,01 – 10.000.000 | 5% |
| Boven EUR 10.000.000 | 10% |
De betaling van de belasting op meerwaarden op aanmerkelijke belangen gebeurt via de jaarlijkse aangifte in de personenbelasting.